CEA/CH

 

Uitleg van CEA/CH

Collie Eye Anomaly of CEA is een recessief overerfbare oogafwijking (cfr. tabel onderaan).
Het probleem is de Choroidale Hypoplasie (CH), dit houdt in dat er een onderontwikkeling is van het vaatweefsel binnen in het oog.
De oogarts die met een opthalmoscoop naar de achterkant van het oog kijkt zal de onderontwikkelde zone’s makkelijk ontdekken doordat het vaatweefsel er bleek en dun is zodat het als het ware een raam is naar de onderliggende vezels en het oogwit.

De milde vorm van CEA/CH komt vaak voor.  Deze vorm is makkelijk te herkennen tijdens een oogonderzoek tussen de 5 en de 8 weken.  Men ziet dan achteraan op de oogbol een vermindering of afwezigheid van pigment zodat men de onderliggende vezels kan zien.
Waarom kan een onderzoek het beste al als pup gebeuren? 
Bij sommige honden wordt op een leeftijd van 5 tot 8 weken CEA/CH vastgesteld, maar bij latere hercontrole zijn er geen zichtbare letsels meer te zien.  Dit fenomeen noemt men “go normal”.  Oorzaak hiervan is het retina of netvlies dat rond de 3maanden zijn normale kleur krijgt waardoor het pigment de onderontwikkeling van het vaatweefsel verbergt.  Het dier heeft dus als pup de vaststelling gekregen dat hij lijdt aan CEA, maar bij het opgroeien zijn er geen waarneembare symptomen meer te zien.
Bij deze milde vorm is het onderontwikkelde vaatweefsel het enige vast te stellen probleem en de hond behoudt zijn hele leven zijn normaal zicht.  Opgepast, deze honden geven wel CEA door aan hun pups!

De ernstigere vorm komt voor bij ongeveer 25% van de honden die lijden aan CEA/CH.  Er zijn coloboma’s (indeukingen) langs of op de gezichtszenuw.  Deze leiden tot secundaire problemen zoals het geheel of gedeeltelijk loskomen van het netvlies, en het ontwikkelen van nieuwe maar abnormale bloedvaten op het netvlies met inwendige bloedingen in het oog tot gevolg.  Dit gebeurt bij aangetaste honden meestal rond een leeftijd van 2jaar.
De ernstige vorm van CEA/CH kan leiden tot gezichtsverlies, maar zeer zelden tot volledige blindheid.

CEA/CH heeft geen progressie in de normale betekenis van het woord.  Het onderontwikkelde vaatweefsel en de gaten in het vaatweefsel zijn aangeboren en ze ontwikkelen enkel zolang het oog ontwikkeld.  Eens het oog volgroeid is (rond de 8 tot 12 weken) stopt ook de ontwikkeling van de afwijkingen.

Vroeger kon men CEA/CH enkel vaststellen via een klassiek oogonderzoek.
Via het DNA onderzoek kan men nu opsporen of een hond normaal, drager of lijder van CEA/CH is.  Zo kan men op een efficiënte manier gaan fokken om het aantal lijders zo laag mogelijk te houden.
De volgende tabel laat zien hoe men ouders kan kruisen om lijders te vermijden.

0uder 1
Genotype

Ouder 2 Genotype

Normaal

Drager

Lijder

Normaal

Allemaal normaal

1/2 Normaal
1/2 Dragers

Allemaal Dragers

Drager

1/2 Normaal
1/2 Dragers

1/4 Normaal
2/4 Dragers
1/4 Lijders

1/2 Normaal
1/2 Dragers

 Lijder

Allemaal dragers

1/2 Dragers
1/2 Lijders

Allemaal lijders

De grijze zone’s waarborgen een nest zonder lijders aan CEA/CH, en kaderen dus in een verantwoord fokbeleid.  Tenminste 1 ouder kreeg hier het resultaat Normaal.