Cold Light

Ziektes bij de "Border-Collies"

CEA-CH

  • De Collie Eye (=oog) Anomaly (=aangeboren abnormaliteit) of CEA

    is een verzamelnaam van een groep aangeboren ontwikkelingsstoornissen van het netvlies/vaatvlies en de achterwand van het oog. De afwijkingen komen meestal aan beide ogen voor, maar kunnen ook éénzijdig voorkomen. Er bestaan verschillende gradaties: Tortuosity (TORT): de lichtste afwijking bestaande uit een overmatige kronkeling van de netvliesvaten. Er bestaat enig verschil van mening over de vraag of Tort wel bij het CEA syndroom behoort. Daarom worden alleen zeer uitgesproken vaatafwijkingen aangeduid als CEA. CRD (Chorio Retinale Dysplasie): op bepaalde plaatsen is het netvlies - vaatvlies niet goed aangelegd. Bovenstaande vormen geven weinig tot geen problemen met het gezichtsvermogen. COL (Colobomata of sluitingsdefecten): een coloboma geeft alleen bij hoge uitzondering problemen met het gezichtsvermogen, zelfs als zij erg groot zijn en of in de papil of blinde vlek liggen. AR (Atresia Retinae) Loslaten van retina. Het is duidelijk dat dit het gezichtsvermogen negatief beïnvloedt. IOB (Intra Oculaire Bloedingen) In het oog treden bloedingen op. Afhankelijk van het aantal en de grootte vermindert het gezichtsvermogen hierdoor. HP (Hypoplastische Papil of onderontwikkelde oogzenuw) Het is onzeker of dit onderdeel uitmaakt van CEA. CEA is in het algemeen niet progressief (verslechterend). De pups worden dus met CEA geboren of niet. Alleen de AR en de IOB kunnen tijdens het verdere leven nog enigermate verslechteren,veelal door bloedingen. CEA veroorzaakt geen pijn voor de hond. Pups kunnen alleen voor de leeftijd van 8 weken op CEA worden onderzocht. Dit is omdat de reflectorlaag in het oog dan nog niet geheel aanwezig is. Het oog is dan voor de oogspecialisten goed te beoordelen. Wanneer de pup ouder is dan 8 weken kan de inmiddels gevormde reflectorlaag in het oog plekjes aan het oog van de oogspecialist onttrekken. Bij de lichtste vormen kunnen deze plekjes bij de vorming van de reflectorlaag in het oog (7-8 ste week) worden afgedekt en daardoor aan het oog van de onderzoeker worden onttrokken. Dergelijke honden lijken daardoor later vrij van CEA , terwijl zij bij de nestcontrole niet vrij zouden hebben gekregen (zogenaamde "go normals"). In het kader van de bestrijding van CEA is het dan ook het beste de controle in de 6e week te verrichten. Voor het vaststellen van de overige vormen van CEA is het beter te wachten tot de oogbol volgroeid is. Erfelijkheid: Bij de meeste rassen met CEA wordt tot nu toe aangenomen dat de overerving autosomaal recessief gebeurt. Dit houdt in dat alle aangetaste honden homozygoot zijn voor hetzelfde mutant gen, onafhankelijk van het feit of er nu enkel CH letsels zijn of dat er ook andere afwijkingen bijhoren. Honden die heterozygoot zijn, dit wil zeggen dat ze maar een mutant gen hebben, zullen zelf nooit oogafwijkingen hebben en kunnen dus bij oogonderzoek niet onderscheiden worden van de homozygoot normale honden. Tot nu toe kan men nog niet echt verklaren hoe het komt dat sommige honden enkel CH hebben en andere daarbij ook nog andere afwijkingen vertonen (zoals coloboma). Aangenomen wordt dat dit mogelijk te wijten zou zijn aan een verschil in expressie van hetzelfde genotype (cea/cea). Het klinische fenotype kan dus erg gevarieerd zijn, niet enkel binnen hetzelfde ras, maar ook tussen de ouders en tussen de verschillende nakomelingen onderling. Dit verschijnsel wordt pleomorfisme genoemd, d.i. het feit dat 1 bepaald gen meer dan 1 afwijking bepaalt. Met andere woorden: de aanwezigheid van verschillende fenotypen en van maar een genotype. Erg beperkt aangetaste ouders kunnen uitgebreid aangetaste pups voortbrengen. DNA test: Het mutant gen voor CEA is nu gevonden. Na uitgebreid onderzoek uitgevoerd aan de Cornell Universiteit en het Fred Hutchinson Cancer Research Centrum, blijkt dat zowel de beperkte als de erge vormen van CEA/CH het gevolg zijn van eenzelfde mutatie die op een identieke plaats optreedt bij de verschillende rassen met CEA/CH. Het gaat om een recessieve mutatie. D.w.z. dat enkel die honden die een kopie van die mutatie hebben doorgekregen van vader en van moeders kant aangetast zullen zijn. De aangetaste hond is dus homozygoot recessief voor die mutatie. Het aangetaste gen is gelokaliseerd op chromosoom 37. De mutatie zelf is daarmee dus aangetoond.   Een DNA-onderzoek voor CEA/CH kan leiden tot drie uitslagen: � Genotype Normal (vrij deze hond kan de ziekte ook niet doorgeven.) � Genotype Carrier (99% kans op een drager) � Genotype Affected (99% kans op een lijder)   Opmerking: er zijn enkele gevallen bekend van DNA geteste CEA/CH dragers die klinische afwijkingen, die passen in het beeld van CEA/CH vertonen. Het zijn dus in tegenstelling tot hun testuitslag geen dragers maar lijders. Het gaat hierbij om de coloboma vorm. Er wordt op dit moment middels nadere research gekeken hoe dit mogelijk is.

TNS
  • Trapped Neutrophil Syndrome (TNS)

TNS is een aangeboren erfelijke ziekte van het immuunsysteem bij de Border Collie.

De ziekte werd voor het eerst beschreven in 1996 in Australië en Nieuw-Zeeland.

TNS is een nieuwe en ongekende ziekte (ook voor dierenartsen).

Deze ziekte erft over op een recessieve manier.

Wanneer zowel de vader als de moeder van een nest pups drager is van het TNS-gen, zal 25% van de pups TNS ontwikkelen, 25 % van de pups zal TNS-vrij zijn, en 50% van de pups zal drager zijn van de ziekte.

In het belang van de gezondheid van het ras zou de aandoening algemeen gekend moeten zijn en zouden dragers van de aandoening opgespoord moeten worden.

Bij gezonde dieren staan witte bloedcellen in voor de bestrijding van infecties. Witte bloedcellen worden aangemaakt in het beenmerg en komen na een rijpingsfase terecht in het bloed. Bij een infectie verplaatsen de witte bloedcellen zich naar de infectiehaard om de infectie te bestrijden.

Bij TNS blijft een bepaald type witte bloedcellen, de neutrofielen, ‘gevangen’ in het beenmerg. Ze komen dus niet in de bloedbaan terecht waardoor het immuunsysteem niet goed functioneert.

  1. Hoe herken je een hondje met TNS? 

Pups met TNS zijn kleiner dan hun nestgenoten, ze groeien trager en hebben een slechte vachtkwaliteit.

Ze zijn heel vatbaar voor allerhande infecties.

Deze hondjes hebben regelmatig koortsaanvallen en ze reageren slecht op medicatie.

Ze hebben heel uiteenlopende klachten: braken en diarree, slechte eetlust, mankheid, gezwollen gewrichten en botontstekingen.

De meeste van deze pups sterven al rond de leeftijd van 4 maanden.  Er is wel 1 hond bekend die 2 jaar en 8 maanden is geworden en daana pas stierf.

In België zijn er momenteel: 114 honden getest op TNS waarvan 80 vrij zijn en 34 drager zijn.

Ondertussen zijn er ook al enige honden die Affected zijn en gestoven. Deze zijn niet op de TNS-database ingevuld omdat het niet verplicht is en de kwekers hun naam niet graag laten kennen als zijnde TNS dragers of lijders. Dit is echter geen schande naar het verleden toe, pas nu word het ernstig, nu het geweten is en indien je er nu niets aan doet.

Ook hier in België is Gweneth (TNS lijder)13 maanden geworden.

Diagnose

Een Border Collie  puppy met steeds terugkerende infecties is verdacht van TNS, ook een te laag aantal neutrofielen in het bloed kan in de richting van TNS wijzen.

De enige echte diagnostische test is een genetische test die wordt uitgevoerd op een bloedstaal. Deze test gebeurt alleen in Australië aan de Universiteit van New South Wales.

Aanvraag van alle formulieren kan gebeuren via een e-mail aan Dr. Alan Wilton:

a.wilton@unsw.edu.au.  

Met deze test kunnen ook de dragers van TNS worden opgespoord.

We kunnen deze ziekte alleen maar uitroeien indien alle honden waar mee gekweekt wordt, vooraf getest worden op TNS.

Kweken zou alleen mogen gebeuren met dieren die negatief testen voor TNS.

Wanneer u naar deze site gaat kunt u  meer lezen over TNS:
http://bordercolliehealth.com/TNSdatabase.html

CL

CL bij   Border-Collies is een erfelijke ziekte dat het zenuwstelsel  aantast.
Het gen dat de ziekte draagt is bij de Border-Collie bekend en is te indentificeren  met de optigen-(DNA) test. De ziekte wordt recessief overgedragen,  m.a.w. het gen kan verborgen zitten in dragers.
honden die perfect gezond zijn, maar het gen wel meedragen en overerven.  Vandaar het belang van de test.

Zieke dieren lijden aan neuro-dégeneratie. Hersenen en ogen dégenereren (verdwijnen)
Het resultaat is een erge verzwakking van het zenuwstelsel, dat leidt tot vroege dood.
Pups worden “schijnbaar” normaal geboren. Symptomen treden op jonge leeftijd op,  rond 1 à 2 jaar.
Aangetaste borders halen met moeite de leeftijd van 26 tot 28 maanden.

Symptomen zijn onder andere een progressieve vermindering van de motoriek, met aanvallen en verlies van coördinatie, verminderd bewustzijn en afwijkend gedrag.   Slechtziendheid kan ook optreden. Op dit moment is er geen behandeling voor de ziekte.

Eric Pappaert

GLAUCOME

Glaucome
Er is helaas nog niks bekent over de vererving hiervan.
Bij glaucome is er sprake van de druk binnen het oog.
Elk oog ligt in een bad met water, en dat moet gezuiverd worden, daar zorgen fybers voor, dunne draadjes en wanneer die een verdikking vertonen spreekt men van glaucome aantasting.
Bij een van verdikking van -25% is nog geen aantasting, maar moet de hond elk jaar op onderzoek.
Bij een aantasting van +50%, is er sprake van glaucome.

Verder op deze site vindt u een mail die we gekregen hebben van Alan Wilton uit Australie, hij doet daar onderzoek naar verschillende ziektes.
Ze willen graag meewerken om te kijken of we een DNA- test voor deze ziekte kunnen ontwikkelen.
Waarschijnlijk zal dit nog wel enkele jaren gaan duren.

De eerste symptomen waar mensen op moeten letten zijn:

De lens is groot en blijft ook groot,
Het oogwit van de oogbol wordt rood
Vaak is de hond ook slomer en prikkelbaar.

Mocht u twijfelen neem dan contact op met de fokker of met de dierenarts.
Ik als fokker volg de ontwikkelingen op voet en zal daar waar nodig is de juiste stappen ondernemen.
En u informeren via mijn web-site. Ik hou jullie spoedig op de hoogte.

PRA
  • Progressieve Retina Atrofie (PRA)

    Dit is een erfelijke aandoening die bij verschillende hondenrassen voorkomt waaronder dus ook de Border Collie. Bij een aan PRA lijdende hond worden de lichtgevoelige cellen op het netvlies aangetast. Meestal ontstaat hierdoor nachtblindheid tussen een leeftijd van drie tot vier jaar en bij sommige honden kan het zelfs lijden tot algehele blindheid. Omdat een behandeling helaas niet mogelijk is mag er met een PRA lijder niet gefokt worden. De fokker moet zijn honden jaarlijks laten testen bij een speciale oogarts. Als zijn honden vrij worden getest krijgt hij hier een bewijs van. Bij de Border Collie moeten ze tot het zesde jaar getest worden zolang er mee gefokt wordt.

    Deze informatie komt van www.borders-wannahave.nl

"Parasieten en wormen"

GIARDIA

 

Diarree bij de hond

Een hond heeft normaal 1 of 2 keer per dag goedgevormde ontlasting. Als er (water)dunne, vlaachtige of brijige ontlasting in plaats van goed gevormde ontlasting ontstaat spreek je van diarree.

    De meest voorkomende oorzaken van diarree bij de hond

  • voerverandering of een niet goed verteerbaar voer

  • viraal: coronavirus, parvovirus

  • spoelwormen

  • flagellaten zoals giardia

  • voedingsallergie of voedselovergevoeligheid

We behandelen op deze pagina diarree die veroorzaakt wordt door:


Giardia

Wordt wel eens de nieuwe ziekte bij honden genoemd...

Giardia is een gevolg van te onhygiënisch omspingen met de huisvesting van je hondje.

Een oorzaak die vaak over het hoofd gezien wordt is diarree ten gevolge van Giardia. Giardia is een flagellaat (= een protozoaire parasiet) en bestaat uit een eencellig organisme, dat voorkomt in diverse ontwikkelingsstadia.

Giardia is de meest voorkomende maag-darmparasiet bij honden, 10-20% van de diarree bij honden wordt veroorzaakt door giardia, bij dierenpensions en kennels kan dit oplopen tot 100%.

Ook bij jonge honden met diarree, die uit het buitenland geïmporteerd of meegenomen worden zien we vaak een giardia besmetting.

Giardia is een Zoonose,
het is dus ook voor mensen besmettelijk!


Overdracht vindt plaats via de feacale-orale weg. Dit houdt in dat het dier de cysten uitpoept en dat een ander dier of mens zich hiermee via de opname via de mond besmet.
Slechts 10 cysten zijn nodig om een infectie bij een nieuwe gastheer aan te laten slaan. Er worden bij een infectie tot wel 100.000 cysten per gram ontlasting uitgescheiden!

 

Welke honden zijn
vatbaar voor Giardia?

Vaak verlopen Giardia infecties, bij gezonde dieren, zonder symptomen maar scheiden ze wel periodiek de besmettelijke cysten uit. Echter bij honden met minder weerstand komt het wel tot ziekte verschijnselen. Vooral honden die in een asiel of pension verblijven kunnen gemakkelijk met Giardia besmet raken. Jonge honden en honden met een verminderde weerstand, bv door ziekte of stress, kunnen diarree door giardia oplopen.

Langdurige diarree

Als een diarree chronisch is geworden, dit betekent dat de diarree meerdere weken tot zelfs maanden aanwezig is, denk dan aan Giardia! Denk vooral aan Giardia als u hond steeds terugkerende diarree heeft en u uw hond behandeld heeft met medicijnen en aangepast voer en er geen enkele verbetering optreedt.

Hoe ziet Giardia diarree eruit

Giardia geeft dunne ontlasting of brijachtige stinkende diarree. Er kan slijm en bloed bij zitten. Ook zie je vaak dat de honden misselijk zijn en makkelijk overgeven, maar vaak behouden ze wel hun eetlust.

De Cyclus van Giardia

Giardia komt voor in twee vormen.

  • 1. Het parasietenstadium = trofozoiet. Toont zich als een zeer kleinmeercellig zweepdiertje, die alleen met een microscooop met grote vergroting te zien is.Vermeerdering vindt plaats door tweedeling en daarom kan de vermeerdering explosief gaan. Uit iedere trofozoziet ontstaat een cyste.

  • 2. Cyste of ook wel oocyste genoemd. Dit is het zeer infectieuze stadium. Na uitscheiding in de ontlasting is de cyste onder koele en vochtige omstandigehden nog weken- tot zelfs maandenlang besmettelijk.

De incubatietijd, tijd tussen opname en het ontstaan van ziekteverschijnselen, bedraagt 5-16 dagen. De uitscheiding van de besmettelijke cysten begint 7 dagen na opname. En vindt gedurende 4-5 weken met tussenpozen plaats. Deze besmettelijke periode kan veel langer duren als het dier zich herbesmet

Diagnose:

Diagnose met een microscoop
Vroeger moesten de trofozieten in hele verse ontlasting met een microscoop aangetoond worden. Ze gaan echter snel dood buiten de kat en dan zie je ze niet meer bewegen. De cysten kunnen ook met een microscoop worden aangetoond in de ontlasting, echter deze worden met tussenpozen uitgescheiden. Het kan dus zijn dat je de ziekte niet kan aantonen terwijl hij er wel is.
Men kan de hond behandelen met panacur 100 mg(2tabletten) één keer per dag, gedurende 5 dagen.De huisvesting goed ontsmetten met ammoniak, is het enige middel die de ziekte kan uitroeien.


Britt